Sorry, dit evenement is niet meer beschikbaar

Hoor de vrouwen zingen

September 1944, Duitsland. “Horen jullie dat? De vrouwen zingen!” verzuchtte componist Marius Flothuis tijdens een van de laatste gevangenentransporten vanuit Kamp Vught naar Ravensbrück en Dachau. Muziektheatergezelschap Da Vida ontwikkelde de voorstelling ‘Hoor de vrouwen zingen’, geïnspireerd door de getuigenissen van vier gevangenen van Kamp Vught. Met een combinatie van theater en muziek verbeelden de vier artiesten op het voormalig kampterrein hoe gevangenen de moed erin wisten te houden, ondanks de vaak mensonterende omstandigheden. De voorstelling gaat in première op vrijdag 23 en zaterdag 24 september in Nationaal Monument Kamp Vught.

De artiesten Monique de Adelhart Toorop, Mirjam van…

September 1944, Duitsland. “Horen jullie dat? De vrouwen zingen!” verzuchtte componist Marius Flothuis tijdens een van de laatste gevangenentransporten vanuit Kamp Vught naar Ravensbrück en Dachau. Muziektheatergezelschap Da Vida ontwikkelde de voorstelling ‘Hoor de vrouwen zingen’, geïnspireerd door de getuigenissen van vier gevangenen van Kamp Vught. Met een combinatie van theater en muziek verbeelden de vier artiesten op het voormalig kampterrein hoe gevangenen de moed erin wisten te houden, ondanks de vaak mensonterende omstandigheden. De voorstelling gaat in première op vrijdag 23 en zaterdag 24 september in Nationaal Monument Kamp Vught.

De artiesten Monique de Adelhart Toorop, Mirjam van Dam, Jetta Starreveld en acteur Harpert Machielsen werden gegrepen door de muziekteksten. Ze zochten naar een manier om de verhalen en de muziek te combineren en verdiepten zich in de kampverhalen van gevangenen Gisela Söhnlein, Hetty Voûte, Lotty Huffener en David Koker. Zij bezochten ook Gisela (1921-2021), die in de kampen van Vught en in Ravensbrück met haar vriendin Hetty (1918-1999) als het duo ‘Pooh & Piglet’ liedjes schreef. Het waren scherpe en relativerende teksten over het kampleven op bestaande melodieën, waarmee ze de moed erin hielden en hun medegevangenen afleiding boden. Zoals in ‘Naar Vught toe’: Ja naar Vught toe, Vught toe, Vught toe/ Kiele kiele Vught toe, kiele kiele hopsasa / Je krijgt dan dra een streepjesjurk /En klepperklompen aan /Corset en bustehouder zijn al spoedig naar de maan.

Gedichten in een concentratiekamp

De Joodse student David Koker hield vanaf 1943 bijna een jaar een dagboek bij in Kamp Vught, dat hij in delen naar buiten weet te smokkelen. Ook schreef hij gedichten en trad hij samen met zijn broertje Max op in Kamp Vught. David Koker overleefde de kampen niet; hij overleed tijdens een ziekentransport naar Dachau in januari 1945. Het dagboek is na de oorlog uitgegeven en bood veel inspiratie voor deze voorstelling.

Veerkracht

De vier personages geven elk een ander beeld van het kampleven in Vught, en geven ieder blijk van ongelofelijke veerkracht en relativeringsvermogen. De Joodse diamantbewerker Lotty Veffer (1921-2018) overleefde als enige in het gezin de verschrikkingen in verschillende kampen, dankzij haar tewerkstelling bij het Philips-Kommando, haar vriendschappen, en dom geluk. Lotty, Hetty en Gisela waren altijd nauw betrokken bij de ontwikkeling van Nationaal Monument Kamp Vught. In 1990 stond Hetty aan de zijde van koningin Beatrix bij de opening van het herinneringscentrum. Lotty was een van de initiatiefnemers voor de oprichting van het kindermonument op het buitenterrein, met de namen van gedeporteerde Joodse kinderen.

Prijzen

  • Vaste prijs€ 17,50

Neem alvast een kijkje

Locatie